Ik kreeg het oudejaarsgevoel maar niet te pakken, vorig decennium. Dus boodschappen doen voor een etentje met huisgenoten en vrienden deed me weinig, op oudejaarsdag. Zelfs mijn buurmannetje had door dat ik met mijn ziel onder mijn arm liep, en vroeg prompt of ik dan maar met hem mee ging naar een huisfeestje, die avond. In ruil daarvoor was ik dan de pakezel voor een heleboel drank en tafelkleedjes en glaswerk en alle andere ongein die hij had bedacht.
Nu is IJburg, de plaats waar de boodschappen vandaan moesten komen, ook niet direct een plaats waar ik inspiratie op kan doen. De leegte en de eeuwige wind en al die huismoeders en -vaders met al die kinderen, het maakt me altijd een beetje kriegel, helemaal die dag.
In de gevreesde supermarkt, die inderdaad tot de nok toe gevuld bleek met kindjes en hun verzorgers, stonden buurman en ik ruim vijf minuten te wachten tot we onze lege flessen in konden leveren. Een jongetje van een jaar of vijf had zijn moeder zodanig onder de duim dat zij hem alle lege flessen in de automaat liet leggen, zonder haast uiteraard. Toen moeders eindelijk het lef vond om zelf een fles uit de boodschappentas te pakken kreeg het jongetje direct een woede-aanval, wat de boel natuurlijk nog veel meer ophield.
In die rij kregen buurman en ik het, natuurlijk, over kindjes. Hij bleek ze wel te willen, heel graag zelfs, terwijl ik (misschien iets te hard) verkondigde dat een paar katten mijn moedergevoelens wel zouden stillen. Zou ook handig zijn bij het boodschappen doen, je kon ze namelijk gewoon thuis laten.
De rest van het boodschappen doen ging voorspoediger, op het struikelen over wat peuters na. Ik sputterde nog wat na over het ongemak dat kindjes met zich meebrengen terwijl we de supermarkt uitliepen, toen ik weer een mini-mensje zag rond hobbelen bij de uitgang. Buurman, met al zijn vadergevoelens, zag er geen kwaad in en wandelde richting tram. Ik was er niet helemaal gerust op, het mini-meisje leek nogal alleen en bovendien een beetje bang.
Toen ik naar haar toe liep om te vragen of ze mama of papa kwijt was barstte het kindje dan ook in snikken uit. Want papa was dus weg en nee ze wist niet waar hij was en broertje was er ook niet. Ik ging, pedagogisch verantwoord als ik ben, op mijn hurken zitten zodat ik niet zo intimiderend overkwam en zei dat we papa gingen zoeken, samen. Dat wilde ze wel, een handje werd aangeboden en samen liepen we terug naar de supermarkt. Zij snikkend, ik onder de smalende blik van buurman. Bijna bij de ingang aangekomen, wat lang duurt met zo’n dwergje, korte beentjes enzo, zag ik een man met verwilderde blik in zijn ogen. Kon niet missen, dat was de maker van het meisje. Hij kwam dan ook toegesneld om het meisje uit mijn greep te redden, waarna ze elkaar hartstochtelijk in de armen vielen, in slow-motion en al. Eind goed al goed, behalve dan dat buurman me de rest van het decennium heeft gepest met mijn toch wel duidelijk aanwezige moederinstinct en mijn uitstekende skills als mensenredder.
Laatste reacties